Magtel Gerritz/

Pieter Dirks

 

Bovenstaand is de scan van de film, maar de onderstaande transcriptie is veel beter te lezen. Het is van alle tijden: "willen we deze immigranten wel in onze gemeenschap opnemen":

11 maij 1738:

En heb ik na inneming van goed comportement
dewijl mij de persoonen van Magtel Gerritz
en Pieter Dirkz nog niet bekent konde sijn,
des versogt sijnde, deselve geen attestatie kunnen wijgeren

October 1741:

Pieter Dirkze en Magtel Gerritze Zeveren in
een attestasie van St Maerten aan hen verleent
waar bij wel gebleken is dat sij Ledematen waeren
edoch die met een sekere clausul vergeselschapt
ging die veroorsaakte dat de E. Kerkenraad
die attestasie niet voor volledig accepteren kon
waarom de predikant versogt is om nadere
elucidasie daar omtrent van St Maerten te ver=
soeken.

[NB ik laat de scans van het oorspronkelijke kkboek nu verder weg vanwege kwaliteit
en u bent nu wel overtuigd, dat de transcriptie nauwkeurig is gedaan
]

Dec: 1741:

de predikant raporteert dat hij in geselschap van een ouderling
na St Maarten om elucidasie over het getuijgschrift van
Pieter en Magtel waarvan te sien is pag anteced. geweest sijnde
van Do: Verloren vernomen had dat den voorn. sig consutabel
hadde gemaakt dog egter van gedagte was gelijk ook sijn
Kkenraad het daar voorhield (so sijnde. sijde) opdat wij
den voorn persoonen schuldbekentenis moesten laaten doen voor
onse Kkenraad en daarop dan in onze gemeenschap tot
Ledemaaten aannemen waarop de predikant wel remonstreerde
dat tegen den eijsch der saaken was om dit op die wijse te
bewerken dat onse Kkenraad het wettig daarvoor hield
dat de schuld moest beleden en vergeven worde daar deselve
begaan was en dies Kkelijke satisfactie geschiede moest
te St Maarten voor en aleer deselve die persoonen in
haar gemeenschap mogen te laaten, edoch de Kkenraad van St Maarten
persisteerde evenwel bij hun gesegde wikkend dat wij die persoonen
geheel als de onse souwde aanmerken. dit raport synde
ingebragt is behooren in deese saak in 't vervolg op de
voorsigtigste wijz te handelen.

11 Nov: 1742:

Op den 11 Nov: is door de E. KKenraad eenparig besloten den voorn.
Pieter Dirkz Schouten en Magteltje Gerritz dit volgende declaratoir
na St Maarten mede te geeven
                                                             Eerw: Broederen en Opsienders
                                                            van de Kerke H. te St Maarten
Also Pieter Dirkz Schouten en Magteltje Gerritz egte lieden, omtrent wien
Uw Eerw: ons kerkelijk hebt gelieve te berigten, dat het Uw Eerw: wensch was dat de
voornoemde op een Christelijke en betaamelijke wijze van Uw Eerw: waren weggegaan
voor onse KKenraad gecompareert sijnde demoedig met bekentenis en leet-
wesen over haar begaane excessen denselve hebbe versogt gehad attestatie van
hun gedrag gedurende de tijd die erna hun komst alhier verlopen is te moogen
verlangen om daar mede voor Uw Eerw: verschijnende des te meer grond der hope
te mooge hebben dat Uw Eerw: den voorste suppleanten sodanig een getuijgschrift
sult laaten volgen waarop sij door onse KKenraad voor waardige Ledemaaten
kunnen worden aangesien So ist dat wij dit hun versoek in overweging
gebragt hebbende eenparig syn te raade geworden. Uw Eerw: doorwien de
suppleanten in ons opsigt syn aanbevoolen hier nevens te berigten dat wij op haar
gedrag bij ons gehouwde naukeurig  gelet hebbende vrijmoediglijk vinden Uw Eerw:
opentlijk te verklaren daarin niets te hebben gevonden dat ons verhinderen souw
haar wederom in onse gemeenschap aan te nemen so sij van te vooren bij ons
eenig sweemsik van een onchristelijke en onbetaamelijke wandel gegeven hadden
wij twijfelen derhalve niet of Uw Eerw: dit aanmerkende benevens de schult=
bekentenis en betuijging van een hartelijk berouw die wij vertrouwen dat
Uw Eerw: uijt de mond der suplleanten selve hooren sult sal veroorsaaken
dat een Christelijk mede doogen ontsent den selve ge-effent word.
aldus gearresteerd in onse KKenraad vergadering den 11 Nov: 1742
en ter bekragting van het voorn: gerekent bij de gansche KKenraad.

18 Nov: 1742:

op deese missive nu heeft het de E Kkenraad van St Maarten
behaagt wederom te andwoorden en dat op sodanige wijs
     Eerwaarde Broederen. En opsiende van der kerke J.C.
     te Warmenhuijsen
't is en blijft nog ons oordeel dat de persoonen Pieter Dirkz Schouten
en Magteltje Gerritz bij onse kerke niet kunnen worden aangenomen
vermits sij met attestatie van ons aan Uw Eerw: sijn overgegeven
en dierhalve reeds behooren onder Uw Eerw:, was de attestasie so niet
als men gewoon is te geeven wij weeten niet beeter of wij hebben een
getuijgenis na waarhijt gegeven en gelijk als Uw Eerw: haar hebt
aangemerkt als de UwE door een schultbekentenis afgenomen
so dunkt 't ons dat sij van die Kerkenraad, waar voor sij haar Leed=
weesen betuijgt hebben, wederom moeten worden aangenomen
en niet bij ons voor welke sij géén belijdenis van schult gedaen
hebben en onder wien sij niet langer behooren
     dit geandwoord uijt last in naam des KKenraad
St Maarten                                    Nic. Verloren
den 18 Nov: 1742                          predik. tot St. Maarten

1 Jan: 1743:

Op het Schriftelijk declaratoir van de KKenraad van St Maarten met
een Spelt hier annex, waar bij deselve de persoonen Pieter en Magtelt verklaren
aan ons over te geven en dat het hun dunkt dat sij van ons moeten worden
aangenomen So vind de E. KKenraad sig aan de kant van St Maerten
gerust om in deese saak verder voortegaan dog oordeelt het nodig en
voorsigtig volgens advijs van de predikant dat men
1 van de predikstoel sal afkondige dat de gemelde persoonen sig
  hebben aengegeven om als waardige Lidmaaten in de Schoot der
  Kerke ontfangen te worden en dat het evensulks ider vrijstond its
  ergerlijks nopens derselver belijdenis of Levenswijs waerende het selve
  ter behoorlijker tijde en plaatse bekent te maaken.
2 dat men niemand sig opdoende egter om reedenen Pieter Dirks
  Schouten eerst souwde laaten binnenstaen en vernemen of hij
  ook its wigtigs tegen Machtelt sijn vrouw wist intebrengen,
  het welk niet geschiedende souwde men de een sowel als de andere
  aannemen gedagtig synde quod Ecelesia non judices de occultes.
  hierop is met dankzegging tot God geslooten.

20 Jan: 1743:

Na dat er van te vooren van de predikstoel was afgekondigt
dat het elk vrijstond die its ergerlijks op de belijdenis
en Levenswijs van Pieter Dirkz Schouten en Magteltje
Gerrits wist voortebrengen ter behoorlijker tijd en plaase
te mooge spreken So heeft de E. Kerkenraad hebbende
in 't particulier van den voorn Pieter gehoort geen beswaaring
ten aansien van sijn vrouw Magtel te hebben bijde
deese persoonen tot Ledemaaten aengenomen onder belofte
dat denselve sig overeenkomstig den Lieve Christi souwde
voortaan soeken te gedraagen. Bv art: 2 Sess. preced.
hier op nu sijn de afgaande broederen voor hun gedaene
dienste bedankt
En is de E vergadering met danksegging tot God geslooten.

Dec: 1745:

Met een attestatie van ons na Opdam vertrokken Pieter
Dirkze Schouten Vp Magtel Gerritz. (ca dec 1745)

 

© '97 Raymond van Driel
Laatst gewijzigd 2-10-2011